Als kind heb ik me gek genoeg nooit anders gevoeld dan andere kinderen. Mijn moeder was slechtziend en rond mijn zesde jaar werd bekend dat ik ook slechtziend was.

Ik ging al gauw naar speciaal onderwijs voor blinde en slechtziende kinderen. Na schooltijd speelde ik met de buurtkinderen. Ik denk dat ik mezelf al automatisch trucjes had aangeleerd, waardoor ik eigenlijk geen last had van mijn beperking. Ik bleef bijvoorbeeld veel bij de kinderen in de buurt, zodat ik ze niet zo snel kwijt kon raken. Natuurlijk miste ik veel, maar ik wist gewoon niet beter. Zo ging het ook in mijn puberteit. Ik heb altijd gezegd dat ik er geen slechter leven door had.

Maar dan… Ik kreeg zelf kinderen. En toen besefte ik pas hoe slecht ik zie en hoeveel ik eigenlijk mis. Dat besef was en is zeer pijnlijk. Zoveel kleine dingetjes die je mist.

Je brengt ze voor het eerst naar de peuterspeelzaal. Alle moeders kijken nog even door het raampje en hoor ik iets zeggen over hun kind, maar ik zag mijn kind niet. En wanneer ik ze ophaalde dacht ik: “hoe kijken ze? Zijn ze blij? Als ze maar zien waar ik sta.” Dat ging overigens vaak wel goed. Ook zij wisten niet beter dan dat hun moeder slechtziend is.

Kerstvoorstellingen van school? “Tuurlijk kom ik kijken skat!” Maar ik kon ze vaak niet eens terugvinden op het toneel. En hoe zouden ze kijken? Zouden ze plezier hebben? Vroeg het wel vaak aan hun vader, maar toch is het niet leuk je eigen kind niet of niet goed te kunnen zien.

Soms gingen ze bij een klasgenootje spelen. Als het adres voor mij al niet bekend was, kon het ook een hele zoektocht zijn. Vaak hielpen ze mij, door het huisnummer te lezen. Het kwam vaak wel goed, maar ik kan me nog goed herinneren dat die zoektocht niet fijn was. Als dan een vriendinnetje bij ons kwam spelen, vond ik vooral de eerste keer spannend, want je kent het kind niet. Straks blijven ze niet in de speeltuin en moet ik ze opzoeken.

En zo had ik ook boefjes van meiden, die er ook vaak misbruik van konden maken dat hun moeder niet goed ziet. Als je geen zin hebt om thuis te komen, dan geef je gewoon geen antwoord als je je moeder hoort roepen. Als dan hun vader thuiskwam en ik hem vroeg waar de meiden waren, zei hij: “ze zijn hier gewoon voor het huis.”

Ja, ik ben wel blij dat ze nu ouder zijn. De oudste twee zijn pubers en de jongste begint ook te puberen. Toen ze net aan het puberen waren, was het ook weleens confronterend. Soms schaamden ze zich wel een beetje als er een nieuwe vriendin kwam spelen. Gelukkig ging dit snel over. Ik ben er altijd open in geweest naar vriendinnetjes toe.

Ik denk niet dat mijn meiden er veel last van hebben dat ik slechtziend ben. Ik vind het zelf veel vervelender en, zoals ik al schreef, ook pijnlijk. Maar het belangrijkste is dat ik toch altijd probeer positief te blijven. Dingen met ze doen die ik wel kan doen. Zoals vroeger dansen en lekker gek doen of koekjes bakken.

En nu hebben ze een mooie leeftijd en kun je samen met ze shoppen en hoor ik ze niet meer over dat ze zich schamen. Ook kan ik lekker met ze kletsen. De oudste zegt weleens: “ik heb er helemaal geen last van dat je niet goed kan zien. Het is gewoon zo. Ik ben het gewend en vind het juist knap hoe je alles doet.” Nou dat is toch fijn om te horen? Dat doet me goed.

Ik ben supertrots op mijn meiden! We hebben het gezellig samen. En zo langzaamaan is de pijn ook minder geworden. Ik zie dat het goed gaat met ze. Ik ben blij dat ik heel veel kan aanvoelen. Doordat ik het zien mis, voel ik toch sneller dingen aan denk ik. Zo ontdekte ik dat ik nu hun blik niet hoef te zien om te weten hoe het met ze gaat. Ik hoef ze ook niet te horen. Ik voel meteen bij binnenkomst dat ze vrolijk zijn of juist niet. En ik denk dat veel blinde of slechtziende moeders dit wel herkennen. Twijfel nooit aan je gevoel. Dit klopt namelijk altijd. En of je blind bent of slechtziend of goedziend, je bent een goede moeder. En zeker wanneer je dit ook wil zijn!